Enkele Dagboek fragmenten

Een historische dag. Ik ben begonnen met een dagboek. Zo tegen het eind van mijn vakantie ben ik uitgerust genoeg om dit besluit te nemen. Waarschijnlijk ben ik volgende week te moe om dit besluit te herroepen dus voorlopig kunt u meeleven met de belevenissen van een heuse dominee.

Zaterdag 10 april.
’s Ochtends aan een ‘echte’ paaspreek gewerkt. Ik werd gisteren al gebeld door een verontrust gemeentelid; hij informeerde of het wel een echte paaspreek zou worden. Want anders, zo verzekerde hij mij, zou het niet komen.
Als de Heer niet zou opstaan bij ons in de dienst, dan was hij dat zelf ook niet van plan die ochtend.

 



Ik heb laatst, als beginnend predikant iets nieuws ontdekt dat iedereen van afgunst in elkaar doet schrompelen. Vol trots als iemand weer subtiel laat blijken dat zijn derde verbouwing binnen vier jaar eraan gaat komen, laat ik vallen: “Ik heb een stagiaire.”
Meteen vallen alle monden stil en word ik vol ontzag aangekeken. Het hebben van een stagiaire staat gelijk aan bewezen herder- en leraarschap.
“Dit jaar,” vervolg ik dan, “heb ik zelfs twee stagiaires!”
Zelfs de laatste trotse predikant, met vier diensten op een zondag, valt nu stil.
Ik zie collega’s in het rond kijken: waar haal ik zo snel een stagiaire vandaan. Het krijgen van een stagiaire is echter een moeilijke en lange weg, het vergt veel doorzettingsvermogen en creativiteit om ze binnen te halen en ze binnen te houden. Belangrijk is daarbij dat je gebouw niet te groot is, anders voelen ze zich eenzaam. Ook mogen er niet teveel bezoekers zijn, anders voelen ze zich overbodig. U ziet het, er is nog heel wat werk aan de winkel voordat u de ideale omstandigheden schept voor een stagiaire om te kunnen functioneren.
Maar als u er één heeft, kunt u er ook veel plezier aan beleven.
Vanavond bijvoorbeeld geef ik één van de stagiaires weer training, dit keer in dienstbaarheid. Ze komt straks oppassen (de kinderen eten geven, afwassen, in bed doen en voorlezen), terwijl mijn vrouw en ik een avondje de deur uit zijn.
De kans is erg groot dat ze in deze nederige vaardigheden wat meer ervaring moet opdoen. Ik denk dan ook dat ik haar nog een paar avonden laat terugkomen om te oefenen.

Tijdens onze twee maandelijkse praisediensten wordt een gedeelte van de stoelen weggehaald zodat er ook ruimte is om te staan, zitten, dansen, vlaggen of knielen tijdens het zingen.
Wim, onze jongste zoon van tien, was deze avond voor het eerst mee naar zo’n praisedienst. Hij begroette de grotendeels lege vloer, waar normaal de stoelen staan, met een handstandje. Vervolgens bleef hij praktisch de hele dienst dwars door de kerkzaal heenrennen en kunstjes maken, samen met nog wat andere kinderen van zijn leeftijd (gedeelde opvoedsmart is halve smart).
Heeft u wel eens een zangdienst moeten leiden terwijl uw eigen kind, voor uw ogen, handstandjes stond te maken en uw vrouw dit alles tevergeefs probeerde te corrigeren? Dat valt beslist niet mee! Terwijl de gemeente de laatste woorden, 3 x kom, van het lied ‘Kom nu is de tijd, aanbid Hem’ zong, siste mijn vrouw: “Kom. Kom. Kom hier Wim.” En vervolgens: “Ga. Ga. Ga, naar huis Wim.”

’s Avonds zo intensief naar een film gekeken dat ik net op tijd wakker werd om het slot mee te maken. Gelukkig had de rest van de familie niets gemerkt.
Ik zei nog opgewekt: “Nou, dat was nog eens een mooie film hè!”
Jan (onze oudste zoon) antwoordde: “U bent anders wel snel van mening veranderd. Nog niet zo lang geleden zou u een film met dit taalgebruik en deze beelden meteen uitgezet hebben.”

Hoe komt het toch dat we kritiek op onszelf veel moeilijker een plekje kunnen geven dan kritiek op een ander? Tegen een ander zeggen we vaak: “Je moet het in het totaal bekijken, doe er wat mee en leer er iets van” en bij onterechte kritiek: “Leg het naast je neer. Bid ervoor en laat het in Gods handen.” Bij kritiek op onszelf lijken dat soort dingen echter veel moeilijker toe te passen. Het blijft doorzeuren in je hoofd. Je bidt ervoor, maar op één of andere manier blijft het aan je kleven en berooft het je van je nachtrust. Misschien heeft het te maken met ons eigen ik, met onze onbewuste trots die een deuk heeft opgelopen. Ik weet het niet precies, ik ben geen psycholoog. Wat ik wel weet is datgene wat God zegt in Zijn woord: “Geef al je zorgen en problemen over aan Mij, want Ik houd van jou en zorg voor jou.”
“Vader hier ben ik weer, net als gisteren.”

   
Meer lezen?
Koop het boek in de (evangelische) boekwinkel of bestel via Internet

 

Home Contact